De poëzie van Kopland munt uit door bezonkenheid, geen gezochte hoogdravendheid, maar milde weemoed (getemperd door fijnzinnige humor) om de vergankelijkheid. Themata als het afscheid van de kindertijd, de dood van familieleden en vrienden, ziekte en eenzaamheid (met als tegenwicht nuchtere levenswijsheid en liefde als mogelijkheid tot levensgeluk) krijgen gestalte in gedichten die uitblinken door eenvoud van zegging.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Mediatheek | Taal- en Letterkunde |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0